Voorjaarsnota 2026 én opmerkelijke belastingconstructies
Op vrijdag 27 maart 2026 heeft Minister Heinen van Financiën de Voorjaarsnota 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin wordt een update gegeven van de begroting én een eerste doorkijk naar de fiscale plannen voor de komende jaren. Op Prinsjesdag 2026 volgt het definitieve Belastingplan 2027.
Hieronder staan dus slechts voorstellen, hiermee moeten de Tweede Kamer en Eerste Kamer nog instemmen. Verder heeft de Minister als bijlage bij de voorjaarsnota de jaarlijkse lijst met opmerkelijke belastingconstructies toegevoegd. De Minister vindt het misschien opmerkelijke constructies; wij vinden het zeer opmerkelijk dat de papieren schenkingen aan deze lijst zijn toegevoegd.

Schenken woning tegen WOZ-waarde blijft mogelijk
In de Miljoenennota 2026 stond dat je bij het schenken van een woning aan bijvoorbeeld kinderen vanaf 2027 niet langer meer mocht uitgaan van de WOZ-waarde. Vaak ligt de WOZ-waarde onder de werkelijke waarde. Vanaf 2027 zou de marktwaarde het uitgangspunt worden.
Voorbeeld:
Een woning heeft een WOZ-waarde van € 350.000 en een werkelijke waarde van € 400.000. Wordt dit pand aan een kind geschonken, dan is schenkbelasting verschuldigd over € 350.000. Het verschil van € 50.000 blijft dus onbelast voor de schenkbelasting. Ook als een pand aan bijvoorbeeld een kind wordt verkocht tegen de WOZ-waarde, in plaats van de werkelijke waarde, wordt geen schenkbelasting geheven.
Het voorstel om per 1 januari 2027 uit te gaan van de werkelijke woningwaarde is teruggedraaid. De huidige regeling blijft gelden: bij schenking of verkoop tegen een te lage prijs blijft de WOZ-waarde de grondslag.
Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen
De overdrachtsbelasting kent nu nog 4 tarieven, een startersvrijstelling (onder voorwaarden) voor de aankoop van een eigen woning (heffing nihil), 2% bij aankoop van een eigen woning, 8% voor overige woningen en 10,4% voor overig onroerend goed.
Vanaf 1 januari 2027 daalt het tarief overdrachtsbelasting voor woningen die niet als eigen woning worden gebruikt (zoals verhuurde woningen en vakantiewoningen) van 8% naar 7%.
Vrijheidsbijdrage voor burgers en bedrijven
Het kabinet introduceert een zogenoemde vrijheidsbijdrage. Voor particulieren loopt dit via de inkomstenbelasting. Voor bedrijven wordt dit geregeld door een verhoging van de AOF-premie (arbeidsongeschiktheidsfonds, verplichte werkgeversbijdrage).
Zorgkostenaftrek verdwijnt
De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden vanaf 2028 afgeschaft.

Suikertaks vanaf 2030
Vanaf 2030 wil het kabinet een heffing op voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%.
Hoger btw-tarief op sierteeltproducten
Het voorstel is om het btw-tarief op de levering van sierteeltproducten vanaf 2028 te verhogen van 9% naar 21%. Het bosje bloemen wordt dus duurder.
Aanpak opmerkelijke constructies
Opmerkelijke constructies
Jaarlijks wordt bij de Voorjaarsnota een lijst gepubliceerd met bestaande en nieuwe belastingconstructies die aandacht moeten krijgen. Zo stond de zogenoemde baby-BV al eens op deze lijst: het oprichten van BV’s voor minderjarige kinderen. Hier is uiteindelijk geen nieuwe wetgeving op gekomen, dit is nog steeds mogelijk. Maar ook de zogenoemde rollator-investeringen stonden op deze lijst: het op latere leeftijd investeren in een onderneming, om zo onder de bedrijfsopvolgingsregeling vermogen belastingvrij te kunnen overdragen. Voor deze laatste ‘constructie’ is wel een wetswijziging gekomen.
In de voorjaarsnota worden in de ogen van het kabinet twee nieuwe belastingconstructies genoemd met betrekking tot de schenkbelasting. Het gaat hierbij om de papieren schenkingen (schenkingen onder schuldigerkenning) en de leningen met onzakelijke voorwaarden en onzakelijke leningen. Deze zijn als ongewenst aangeduid, omdat hiermee kan worden bereikt dat vermogen lager belast of onbelast kan worden overgedragen.

Schenkingen onder schuldigerkenning
Er is sprake van een schenking onder schuldigerkenning als je een schenking doet aan bijvoorbeeld een kind, waarbij het geld niet direct wordt overgemaakt, maar wordt schuldig gebleven. Het geldbedrag is bijvoorbeeld bij overlijden van de ouder pas opeisbaar. Over het schuldig gebleven bedrag is de schenker verplicht jaarlijks een rente te betalen van 6%. Het voordeel van een dergelijke schenking is dat jaarlijks de schenkbelastingvrijstelling kan worden benut en gebruik kan worden gemaakt van het lagere schenkbelastingtarief (bij ouders-kinderen 10% in plaats van 20% bij overlijden). Als de schulden bij overlijden nog openstaan, verlagen deze de nalatenschap, waardoor bij overlijden minder erfbelasting is verschuldigd.
Het kabinet gaat deze ‘constructie’ onderzoeken. Hierbij kijken zij of het nodig is de rente van 6% te verlagen naar, wat nu wordt gezegd 3%. De tweede maatregel die ze bestuderen is veel ingrijpender. De aflossing tijdens leven van het schuldig erkende bedrag en/of het nog openstaande bedrag bij overlijden wordt fictief belast alsof er geen papieren schenking aan voorafging. Hiermee gaat het voordeel van het lagere tarief verloren.
Mocht deze wijziging doorgang vinden, dan is het de vraag hoe wordt omgegaan met al bestaande papieren schenkingen. Wordt hierop teruggekomen? Hierover wordt nu nog niks gezegd, maar het is zeker iets om in de gaten te houden. Zodra hierover duidelijkheid bestaat, komen wij erop terug.
Onzakelijke leningen
Als sprake is van een geldlening met onzakelijke voorwaarden, denk hierbij aan een te lage rente of het ontbreken van zekerheden, kan de Belastingdienst deze geldlening aanmerken als een schenking aan de lener. Deze situatie kan zich ook voordoen bij een onzakelijke geldlening aan een BV. Het kabinet onderzoekt of en op welke wijze het rentevoordeel dat ten onrechte wordt genoten door de lener mogelijk kan worden belast.
Overige constructies
Voormelde constructies zijn nieuw op de lijst, maar kunnen mogelijk grote gevolgen hebben. Andere constructies die eerder op de lijst waren gezet en nu nog in onderzoek zijn, zijn de volgende:
- Samenwerkingsverbanden tussen IB-ondernemer en eigen BV. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in de situatie dat een ondernemer met zijn eigen BV een maatschap of vennootschap onder firma aangaat.
- Dividendstripping.
- Opknipgedrag bij vastgoed-BV’s om maximaal te profiteren van renteaftrek.
- Lucratiefbelangregeling.
- Vruchtensappen met een vleugje zuivel om gebruik te kunnen maken van het lagere btw-tarief.
- Estate planning: in het zicht van het overlijden van één van de echtgenoten de gerechtigdheid tot het vermogen van de huwelijksgemeenschap wijzigen.
- Onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal.
Wat betekent dit nu?
Wat er van de Voorjaarsnota definitief wordt en wat uit de onderzoeken naar de opmerkelijke belastingconstructies gaat volgen is nu nog onduidelijk. Zoals altijd houden wij alle ontwikkelingen scherp in de gaten en geven een update zodra er meer bekend is!
Zijn er vragen? Neem dan contact met ons op.