2 juni 2026

Box 3 kraakt weer in zijn voegen

Terwijl de politieke discussie over belastingen steeds verder oploopt, krijgen huiseigenaren en beleggers te maken met grote onzekerheden rondom de hypotheekrenteaftrek en box 3. De komende jaren staan ingrijpende wijzigingen op stapel, maar veel belangrijke vragen zijn nog onbeantwoord. Tijd voor een update! 

Hypotheekrenteaftrek vanaf 2031 mogelijk beperkt
Voor veel huiseigenaren is de hypotheekrenteaftrek al jarenlang een vast onderdeel van de belastingaangifte. Hypotheekrente op eigen woning schulden is onder voorwaarden aftrekbaar van het belastbaar inkomen uit werk en woning in box 1. 

Sinds 2001 geldt dat hypotheekrente voor de eigen woning maximaal 30 jaar aftrekbaar is in box 1. In 2031 loopt dus voor de eerste groep huiseigenaren de periode van hypotheekrenteaftrek (gedeeltelijk) af. Na afloop van de 30-jaarstermijn gaat de niet-afgeloste schuld over van box 1 naar box 3. De vraag is overigens in hoeverre u dat daadwerkelijk (veel) geld zal kosten. Vanaf 2028 is de rente betaald op box 3 schulden namelijk gewoon aftrekbaar als we overgaan naar het stelsel van heffing op werkelijk rendement (zie over box 3 hierna).

Grote kans op administratieve chaos
De verwachting is toch dat dit tot chaos gaat leiden. Want wie weet nog hoe lang en voor welke bedragen in de periode vanaf 2001 hypotheekrenteaftrek is geclaimd? Niet iedereen bewaart belastingaangiften uit die tijd, ook de Belastingdienst zelf niet.

Het is niet alleen zo dat deze aangiften niet worden bewaard. Het is ook zo dat er zaken wijzigen die invloed hebben op de hypotheekrenteaftrek. Denk hierbij aan een verhuizing, huwelijk, echtscheiding of verbouwing.

Politiek verdeeld over oplossingen
Het Ministerie van Financiën heeft een aantal mogelijke oplossingen geopperd. Dit varieert van direct stoppen met hypoheekrenteaftrek vanaf 2031 voor hypotheken aangegaan vóór 2013, tot overgangsrecht tot en met 2042. Er zijn 6 varianten voorgesteld, met elk zijn voor- en nadelen. Het wordt een keuze tussen het (deels) afschaffen c.q. afbouwen of het (deels) verruimen van de hypotheekrenteaftrek.

Eigen woningbezitters verkeren hierdoor in onzekerheid. Er moet snel een oplossing komen. Vooralsnog zijn de politieke partijen hierover verdeeld, ook tussen de coalitiepartijen onderling. Misschien dat met Prinsjesdag hierover meer duidelijk wordt.

Nieuwe box 3-heffing roept direct vragen op
Ook rondom box 3 blijft de onrust groot. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is door de Tweede Kamer aangenomen. Direct nadat het wetsvoorstel was aangenomen, ontstond er alweer commotie. Zoals het er nu uitziet gaat dit wetsvoorstel in op 1 januari 2028, maar het kabinet heeft alweer andere plannen voor 2029. Budgettair bezien moet het wetsvoorstel eigenlijk 2028 ingaan. Elk jaar dat de wet later ingaat, zou de schatkist € 2,4 miljard kosten.

Belasting werkelijk rendement vanaf 2028
Nu nog is het zo dat belastingplichtigen de keuze hebben te kiezen voor het forfaitair rendement in box 3 of, als dat lager is, voor het werkelijk rendement. Vanaf 1 januari 2028 komt deze keuze te vervallen en wordt het inkomen in box 3 belast op basis van het werkelijk rendement. 

Rente, dividend, huur en dergelijke, maar ook waardestijgingen van vermogensbestanddelen worden vanaf dat moment belast in box 3. Kosten en verliezen zijn aftrekbaar. 

Van vermogensaanwas naar vermogenswinstbelasting
In verband met de discussie die er is over de vermogensaanwasbelasting, wordt deze wet nog aangepast naar een vermogenswinstbelasting. Dit moet worden opgenomen in het Belastingplan 2029. 

In 2028 geldt voor onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups al wel een vermogenswinstbelasting, voor bijvoorbeeld effecten is dat in 2028 nog niet zo. Daarvoor geldt dan de vermogensaanwasbelasting.

Het voordeel van een vermogenswinstbelasting, is dat deze pas wordt geheven op het moment dat de winst wordt gerealiseerd, dus bij verkoop. Dan komen er ook liquiditeiten vrij waarmee de belasting kan worden betaald. 

Dat klinkt logisch, maar de wet kent ook zogenoemde fictieve vervreemdingen. Dan is fiscaal wel sprake van een vervreemding, maar leidt dit niet tot inkomen. Denk hierbij aan het aangaan van een huwelijk of het verkrijgen van een erfenis. Dit wordt fiscaal bezien gezien als een vervreemding en leidt dus tot belastingheffing in box 3 terwijl er geen liquiditeiten vrijkomen. Doorschuiffaciliteiten zijn nog niet opgenomen in de wet. Gaan deze nog komen? Dat moeten we afwachten. Zoals het nu staat, zou de heffing in box 3 wel eens tot liquiditeitsproblemen kunnen leiden bij evidente zaken als een huwelijk of echtscheiding.

2027 wordt belangrijk voorbereidingsjaar
Voor onroerend goed geldt dus vanaf 1 januari 2028 een vermogenswinstbelasting. Startwaarde is de waarde per 1 januari 2028. Een goede taxatie is dus essentieel. Het jaar 2027 wordt een belangrijk jaar waarin keuzes moeten worden gemaakt. Box 3 heeft inmiddels de meeste glans wel verloren. Box 2 kan een goed alternatief zijn. Wat gaan we doen met vermogensbestanddelen die nu nog in box 3 zitten? Overdragen aan de BV in box 2? Verder moeten er taxaties plaatsvinden. 

Een tijdige planning is vereist. Gelukkig heeft u nog even, aan de andere kant, een jaar is ook zo weer voorbij. In deze onzekere wereld en een tijd waarin het kabinet steeds van koers wijzigt, is het soms lastig plannen. Tijdige planning is wel een vereiste.

Zoals altijd houden wij u voortdurend op de hoogte bij eventuele wijzigingen.